Madeliefje                                     21 maart 2026

Liefje van de wei



Vandaag maak ik een wandeling rond Innsbruck. De sneeuw licht nog op de bergen maar in het dal is ze al sinds een paar weken weg en schiet het voorjaarsgroen uit de grond. Ook verschijnen de eerste bloesems al aan de bomen. Ongelooflijk hoe warm het in de zon op een beschut plekje al wordt. Twee weken geleden was alles nog grijs en bruin en nu zie je al steeds meer fleurige bloemetjes de kop op steken. Het Madeliefje is er één van. Mocht je een tuin hebben dan vind je haar daar waarschijnlijk. Madeliefjes houden van de zon. Daarom zijn open weiden, bermen en gazons hun favoriete plek.


Met een krans van witte lintbloemen die aan het uiteinde soms roze kleuren en gele buisbloemen in het midden, straalt het Madeliefje iets vrolijks uit. Dit zonneplantje staat symbool voor puurheid, onschuld en het begin van de lente. Dat het Madeliefje sterk verbonden is met de zon, zie je aan de bloemetjes die dicht gaan wanneer het avond wordt en weer open gaan wanneer de zon gaat schijnen. Ook bij regen houdt ze haar bloemblaadjes stevig dicht. Dit "liefje van de wei" ("made" = weide) bloeit vanaf het vroege voorjaar tot laat in de herfst en vormt telkens weer nieuwe bloemknoppen. Zelfs als je er met de grasmaaier overheen gaat. Niet voor niets heeft ze de Latijnse naam Bellis perennis, gekregen dat vrije vertaald "mooie, overblijvende" of "eeuwige schoonheid" betekent.


Bij de Germaanse stammen was het Madeliefje gewijd aan de vruchtbaarheids- en voorjaarsgodinnen Freya en Ostara, die verantwoordelijk waren voor liefde, huwelijk en vruchtbaarheid. Gesierd met een krans van Madeliefjes hoopten meisjes vroeger op liefde en geluk.


Het Madeliefje is net als bijvoorbeeld de Paardenbloem lid van de familie van de Composieten. De bloemen uit deze grote familie hebben een 'hoofdje' dat bestaat uit vele kleine bloemetjes (soms honderden) die samen op een  gemeenschappelijke bloembodem staan. De bloemen van het Madeliefje staan op een kaal steeltje dat uit een rozet van dicht bij de grond liggende blaadjes groeit. Deze spatelvormige, groene blaadjes staan dicht op elkaar en zijn licht behaard. Met het blote oog kun je deze haartjes bijna niet zien. Ten minste ik niet meer. :)


Medicinaal worden met name de bloemetjes gebruikt en soms ook de blaadjes. Hoewel het Madeliefje in de huidige kruidengeneeskunde geen grote rol meer speelt werd ze vroeger in de Volksgeneeskunde wel zeer gewaardeerd en onder meer ingezet bij klachten met de luchtwegen vanwege de saponinen die ervoor zorgen dat vastzittend slijm makkelijker kan worden opgehoest. Ook bij huidproblemen als ontstekingen, zweren, ontstoken haarfollikels of kneuzingen werd het Madeliefje uitwendig toegepast als sterke thee in de vorm van kompressen, omslagen of spoelingen of fijngestamt en als wondpapje ingezet. Ze bevat saponinen, bitterstoffen, looistoffen, flavonoïden en een kleine hoeveelheid etherische oliën.


Daarnaast bevat dit kruid waardevolle mineralen zoals kalium, calcium, magnesium en ijzer, evenals vitamines A en C waardoor ze samen met andere wilde kruiden een gezonde aanvulling is op de dagelijkse voeding. De bloemetjes hebben helaas geen uitgesproken smaak maar als decoratie staan ze prachtig op gerechten. Wat wel leuk is om uit de nog gesloten bloemhoofdjes te bereiden, zijn kappertjes. Net als de bloemknopjes van de Paardenbloem of de Oost Indische-Kers zijn ze geschikt om in te leggen in azijn samen met kruiden als bijvoorbeeld mosterdzaad, peper, dille en laurier. Vind je het leuk om dit uit te proberen dan vind je hieronder een receptje. Ik heb een combinatie gemaakt van Madeliefje, Paardenbloem en een paar bloemknopjes van de Daslook.



Kappertjes

Wat heb je nodig:

  • 1 hand vol verse groene bloemknopjes van bijvoorbeeld Madeliefje, Paardenbloem of Oost Indische-kers
  • witte wijnazijn
  • zout
  • 1 Laurierblaadje
  • een klein takje dille (en eventueel een klein 1 takje rozemarijn)
  • een halve theelepel mosterdzaad
  • een paar peperkorrels

Was de bloemknopjes en laat ze 24 uur in een stevige zoutoplossing staan (1 deel zout op 3 delen water). Giet het water weg en spoel ze kort af. Doe de bloemknopjes in een klein jampotje (zodat het potje voor ruim 3/4 gevuld is) en vul het op met azijn. Giet de inhoud vervolgens in een pannetje en breng de azijn en de knopjes aan de kook. Laat dit een halve minuut koken en giet dan alles weer terug in het potje. Voeg de kruiden toe en sluit het potje af met een deksel. Laat de kappertjes minimaal 1 weken trekken op een koele plaats.